Kracht versus weerstand…..Hoe beweeg jij eigenlijk?

Beweeg je vanuit weerstand of beweeg je vanuit kracht?
We bewegen allemaal.
We lopen, bukken, tillen, sporten, verplaatsen van A naar B. Heb je jezelf weleens afgevraagd:
Hoe beweeg ik eigenlijk?
Beweeg je vanuit weerstand?
Of beweeg je vanuit kracht?
Dat lijkt misschien hetzelfde. Je gebruikt tenslotte in beide gevallen je spieren. Maar voor je lichaam is er een wereld van verschil.
Bewegen vanuit weerstand
Wanneer je beweegt vanuit weerstand, houd je onbewust de beweging tegen. Je spant spieren aan die misschien niet nodig zijn, laat spieren los die juist wel nodig zijn om toch die beweging te kunnen maken. Eigenlijk zet jezelf vast en verandert de samenwerking met je lichaam in tegenwerking.
Wat er vaak ontstaat is forceren wat zich laat zien in het opbouwen van extra spanning waar het niet nodig is. Hoe het voelt? Alsof je met de handrem erop probeert te rijden.
Je komt wel vooruit.
Maar het kost veel meer energie.
En hoe vaker het lichaam op deze manier beweegt, hoe makkelijker deze manier een gewoonte wordt. Alsof er geen andere route meer is.Zo kan bewegen steeds minder vrij gaan voelen.
Je merkt bijvoorbeeld dat je stijver wordt. Dat bepaalde bewegingen minder makkelijk gaan. Dat je sneller moe wordt. Of dat je steeds harder moet werken om hetzelfde voor elkaar te krijgen.
Meer of vaker iets doen geeft dan niet automatisch meer bewegingsvrijheid. Soms juist minder.
En dan bewegen vanuit kracht
Kracht is voor mij iets anders dan hard werken. Echte kracht hoeft niet uitbundig te zijn.
Wanneer je beweegt vanuit kracht, kan je lichaam precies dรกt doen wat nodig is voor de beweging. Niet meer. Niet minder.
Sommige spieren spannen aan.
Andere spieren mogen juist loslaten of zijn ondersteunend. Er ontstaat samenwerking.
En daardoor ontstaat ruimte. Je lichaam geeft je meer bewegingsvrijheid terug. Ruimte om een beweging groter, soepeler of makkelijker te laten worden. Ruimte in je ademhaling.
Kracht maakt sterker, niet zozeer harder.
Kracht geeft je lichaam juist meer mogelijkheden.
En hier wordt het interessant. Want bewegen doe je niet alleen met spieren en gewrichten. Je zenuwstelsel is een belangrijk onderdeel hiervan.
Wanneer je twijfelt over een beweging komt er een signaal via het zenuwstelsel je lichaam binnen en worden spieren aangespannen die voor jouw systeem passen bij ’twijfelen’. Andersom kan natuurlijk ook, wanneer je zenuwstelsel een beweging als spannend ervaart, ontstaat diezelfde dynamiek. Dit automatische interne programma is leidend.
En dan ontstaat een modus waarbij we tegen ons lichaam in werken.
Daarom vind ik het zo interessant om tijdens bewegen niet alleen te kijken naar:
Kan ik deze beweging maken?
Maar ook naar:
Hoe maak ik deze beweging?
Houd je je adem vast? Klem je je kaken op elkaar? Vernauwd je zicht? Liften je schouders op?
Of kun je voelen dat er tijdens de beweging juist ruimte ontstaat?
Meer bewegen is niet altijd het antwoord
Vaak zijn we gewend om bij stijfheid te denken dat we meer moeten stretchen, meer trainen, andere spieren sterker moeten maken……… Een lichaam wat regelmatig stijfheid laat voelen, daar zit ook informatie achter.
Een interessante vraag:
Welke overtuiging zou er achter jouw manier van bewegen kunnen schuilen?
- Opgeven is geen optie?
- Het moet altijd perfect?
- Het kan altijd beter?
- Ik twijfel maar ik moet?
Op onderzoek uit ๐
Welke rode draad zie (of voel) jij terug in je manier van bewegen?
